Overige dossiers
  Inhoud
  Inleiding
  Historisch overzicht
     jaren 50
     jaren 60
     jaren 70
     jaren 80
     jaren 90
  Reageer
  Colofon
 
 
 
webdossier 'Nederland tegen apartheid' - jaren '70 (3)

In gesprek met Shell
Cor Groenendijk

Al snel na haar oprichting in 1970 concludeerde Kairos, onder invloed van de Wereldraad van Kerken, dat zij zich moest richten op de economische banden met Zuid-Afrika. Toen de Wereldraad in 1972 multinationals opriep zich uit het land terug te trekken, besloot Kairos zich te werpen op Shell. Een groot en strategisch belangrijk bedrijf, in Nederland én in Zuid-Afrika.

In 1973 sprak Kairos-voorzitter Cor Groenendijk voor het eerst de Shell-aandeelhouders toe op hun jaarvergadering. In de jaren daarna volgden verschillende vruchteloze gesprekken met de leiding van Shell.

Publicatie van Kairos en het Oecumenisch Studie- en Actiecentrum Investeringen (OSACI) uit 1976


Een door Kairos geëntameerde studie, 'Shell in Zuid-Afrika' (1976), werd ook in het Engels uitgebracht; zo begon ook internationaal de aandacht gericht te worden op de rol van de Nederlands-Britse oliegigant.


Rhodesië-sancties geschonden – Shell betrokken

Shell was ook een van de maatschappijen die actief waren gebleven in Rhodesië nadat daar in 1965 het blanke minderheidsbewind van Ian Smith de ‘onafhankelijkheid’ had uitgeroepen. Leveringen aan Rhodesië waren verboden: sinds eind 1966 gold een dwingend olie-embargo van de VN, in 1968 volgde een totaal handelsembargo.
Anti Apartheids Nieuws (orgaan AABN) december 1973





De AABN onthulde begin jaren zeventig hoe vanuit Nederland de sancties tegen Rhodesië werden ontdoken. Dat ging vooral over de tabakshandel. Ook olieproducten bleven Rhodesië binnenstromen. In gesprekken met Kairos en met de Raad van Kerken hield Shell vol dat het moederbedrijf geen zeggenschap had over zijn Rhodesische dochter; bij illegale leveranties was het niet betrokken.

Naarmate duidelijk werd dat het bedrijf wel degelijk partij was in een geraffineerd systeem van boycotontduiking via Zuid-Afrika, nam het gevoel toe dat de tijd van praten voorbij was. Shell moest zich uit het apartheidsland terugtrekken – dat werd het devies van een groeiende campagne, die zich zou uitbreiden over vele landen.


‘Dwingende’ sanctiemaatregelen
Relus ter Beek over VN-embargo tegen Rhodesië. Haagsche Courant, mei 1973

Heel wat Nederlandse bedrijven bleken zich intussen weinig van het VN-embargo tegen Rhodesië aan te trekken (in een fase dat de illegale activiteiten van Shell nog niet eens bekend waren). In 1975 concludeerde een commissie geleid door staatssecretaris Kooymans dat met de bestaande wetgeving geen greep te krijgen was op bedrijven die, in strijd met de door de VN dwingend voorgeschreven sancties, illegaal met Rhodesië samenwerkten. De instelling van de commissie was een teken dat voor het eerst een Nederlandse regering serieus werk wilde maken van het aanpassen van de wet aan de VN-eisen.

Geplaagd door vertragingstactieken zou het door de commissie-Kooymans gepresenteerde ontwerp-Sanctiewet pas in 1980 onder een volgend kabinet in een wet uitmonden – 14 jaar na de afkondiging van de VN-sancties, 6½ jaar na de instelling van de commissie, en luttele weken vóór de onafhankelijkheid van Zimbabwe...


‘Kritische dialoog’ onder kabinet-Den Uyl

Het kabinet zal, zonder bepaalde vormen van dialoog uit te sluiten, naar vermogen bijdragen tot het doen verdwijnen van rassendiscriminatie en kolonialisme
Staatssecretaris Kooymans was lid van het in 1973 aangetreden kabinet onder de socialistische premier Den Uyl (met PvdA, KVP, ARP, D66 en PPR). Dat zette ten aanzien van zuidelijk Afrika meer stappen in progressieve richting: "Het kabinet zal, zonder bepaalde vormen van dialoog uit te sluiten, naar vermogen bijdragen tot het doen verdwijnen van rassendiscriminatie en kolonialisme."

Toch bleef het in het algemeen tegenover sancties nog gereserveerd staan. Ook bij het erkennen van ‘marxistische’ regeringen in de zich bevrijdende Portugese koloniën aarzelde minister van Buitenlandse Zaken Van der Stoel.

Het voornemen, eind 1975, om toestemming te geven voor de uitvoer van kernreactorvaten naar Zuid-Afrika kwam het kabinet-Den Uyl op felle kritiek te staan. De Kamer hield de toestemming tegen, maar binnen het kabinet ontbrandde een strijd over het mogelijk maken van een omwegconstructie. Uiteindelijk hakten de Zuid-Afrikanen zelf eind mei 1976 de knoop door. De order werd niet gegund aan het consortium met Rijn Schelde Verolme (RSV), maar aan de Franse industrie.

Drie weken later was Zuid-Afrika in de hele wereld weer voorpaginanieuws.



vorige    1   2   3   4   5  volgende